Pleegouder worden
“Toen ik werd geroepen om pleegouder te worden, dacht ik zeker dat God zich had vergist. Ik? Nee. Echt niet. Hij moet mij voor iemand anders hebben aangezien. Er was geen sprake van dat ik zou intekenen om een alleenstaande moeder te worden. Nee. Ik ben jouw persoon niet. Dat is krankzinnig.
Ik had het voorrecht gehad om een groot deel van het leven te mogen delen met alleenstaande moeders. Ik had met eigen ogen gezien wat voor moed en dapperheid ervoor nodig zijn om een alleenstaande moeder te zijn. Ik had niet het gevoel dat ik dat soort kracht bezat. Ik was er niet toe in staat of gekwalificeerd voor.

Nou, ik weet niet hoe het tegen God ‘nee’ zeggen voor jou heeft uitgepakt, maar voor mij heeft dat nooit echt in mijn voordeel gewerkt. Dus, met een hart dat doodsangst uitstootte en een trillende stem, zei ik ja. Schrijf me maar in. Ik doe het.
Voordat ik een licentie kreeg om pleegouder te worden, bracht ik al enkele jaren maandelijks bezoeken aan een plaatselijk kindertehuis. Pleegzorg en adoptie lagen en liggen mij altijd nauw aan het hart. Ik ging er altijd van uit dat ik dat pas zou gaan doen nadat ik mijn leven een beetje meer op orde had, of nadat ik getrouwd was.
Het mooie van kinderen in de pleegzorg is echter dat het ze werkelijk niets kan schelen of je capabel en geschikt bent om vader of moeder te zijn. Ze willen gewoon dat je openstaat en bereid bent om ‘ja’ tegen ze te zeggen.

Het was net als elk ander bezoek aan het kindertehuis op die bitterkoude dag in januari, behalve dat er dit keer een lief klein jongetje van 8 jaar was. Hij trok meteen mijn aandacht. Zijn gedrag schreeuwde tegen mij dat zijn trauma diep zat.
Ik verliet die plek die dag vol hartzeer, hopend dat ik hem weer zou zien. De komende 7 maanden zag ik hem een tot twee keer per maand. Het werd steeds moeilijker om bij hem weg te gaan, omdat hij zich aan mijn been vastklampten en smeekte of ik hem mee naar huis wilde nemen. En dat had ik gedaan als ik daar een vergunning voor had gehad.
Ik vertrok, ging naar huis, huilde en smeekte God om dat lieve jongetje een gezin te geven. Wat bleek? Ik was het antwoord op die gebeden. Ik was zijn gezin. Ik was degene die zijn moeder moest zijn. Ik wist het alleen nog niet.
Met dank aan Amy Pollard
Ik wist dat het proces om pleegouder te worden vaak een uitputtingsslag was. Maar net toen ik de roeping voelde om pleegouder te worden, begon de predikant van de kerk waar ik ben opgegroeid een initiatief genaamd Rescue 100. Het initiatief van Rescue 100 was om 100 gezinnen in onze kerk en gemeenschap te werven om pleegouder te worden via een versneld proces waarbij men in één weekend een vergunning kon krijgen.

Rescue 100 is inmiddels een gezamenlijk initiatief in de staat Mississippi geworden om pleeggezinnen te werven, te trainen en te ondersteunen door het licentieproces te verkorten tot één dag fysieke training en wat online training. Ik woonde het allereerste Rescue 100-trainingsweekend in mei 2016 bij. In afwachting van mijn huisbezoeken, achtergrondonderzoeken en het papierwerk (een hele hoop papierwerk!), was ik goed op weg om pleegouder te worden.
Jeremy vinden
Nadat ik het proces had voltooid en officieel gediplomeerd was, vertelde ik mijn casemanager dat ik een jongetje in de pleegzorg kende in een lokaal kindertehuis en dat ik bereid was hem mee naar huis te nemen totdat ze een permanent thuis voor hem hadden gevonden. Ik vond het geweldig om hem tijdens mijn volgende bezoek te vertellen dat ik hem mee naar huis zou kunnen nemen.
Behalve dat hij er niet meer was toen ik aankwam. Ik was er kapot van, in de war en gefrustreerd. Ik wist dat dat jongetje met een reden in mijn leven was gebracht. Ik wíst dat ik voor zijn leven moest vechten. Dat wist ik zeker. Maar daar stond ik dan, twijfelend of ik hem ooit nog zou terugzien.

Ik ging graven en kwam erachter dat hij was overgebracht naar een ander kindertehuis in een stad op ongeveer drie uur rijden van mij. Ik begon deuren in te trappen, telefoons en e-mailthreads plat te leggen. Ik deed alles wat ik moest doen om ervoor te zorgen dat ik hem mee naar huis kon nemen.
Niets hielp. Ik was zo in de war. Er was een kind in de pleegzorg dat een thuis nodig had, en ik was bereid hem een veilige plek te bieden, maar het bureau bleef zonder reden weigeren.
Na maanden van vechten, maar nog steeds gelovend dat ik dit jongetje moest helpen, vertelde ik God dat als dit echt wat Hij voor mij en voor hem in petto had, Hij tevoorschijn moest komen en een wonder moest verrichten.
Ik stopte met alle telefoontjes, ik stopte met alle e-mails, ik stopte met alle bezoeken aan het bureau, ik stopte met alle vragen, en ik stopte met de strijd. Ik stopte er gewoon mee. Ik ontving dagelijks verzoeken om andere kinderen op te vangen, maar weigerde, omdat dat geen ruimte zou overlaten voor Jeremy voor het geval ze mij zouden bellen om hem op te vangen.
Elk telefoontje eindigde in tranen omdat ik me het slechtste mens ter wereld voelde door ‘nee’ te zeggen tegen gekwetste kinderen. Maar ik had de hoop dat mijn jongen thuiskom zou komen.
In die tijd ging ik tijdens mijn lunchpauze vaak naar de sportschool. Deze dag was net als elke andere dag. Ik ging naar de sportschool, sprong op de loopband, zette mijn muziek aan, drukte op start en bad. Ik bad voor mijn jongen. Ik bad om een wonder.
Na drie maanden stilte ging mijn telefoon. Ik zette de loopband stil. ‘Hallo?’, zei ik. Aan de andere kant klonken de woorden waar ik al die tijd aan had vastgehouden. Ze zei: ‘Ik ben Jeremy’s maatschappelijk werker en iemand vertelde mij vandaag dat je misschien geïnteresseerd bent om hem op te vangen. Klopt dat?’

Ze vertelde me verder dat zijn situatie zeker een permanent karakter zou dragen. ‘Ben je bereid om te adopteren als dat nodig is?’, vroeg ze. Laat me je eraan herinneren dat het adopteren van hem niet mijn doel was. Het was gewoon om hem een thuis te geven totdat, nou ja, het ‘andere’ gezin dat God voor hem had beschikbaar zou komen.
Ik vergat dat plan en antwoordde volmondig: ‘JA!’ Oh, en: ‘Waar is hij?? Ik ga hem nu ophalen.’ Ze liet me weten dat ik verplicht was om één bezoek aan zijn kindertehuis te brengen voordat ik hem permanent kon meenemen. Dus laadde ik mijn beste vriendin en haar zoon in en gingen we dat weekend op pad.
We speelden intens, omhelsden hem stevig en beloofden hem dat we snel voor hem terug zouden komen. Binnen een week was mijn jongen thuis.
Met dank aan Amy Pollard
Trauma aanpakken
Ik zou liegen als ik je zou vertellen dat de dingen vanaf hier een sprookje waren. In feite was het tegenovergestelde waar. Jeremy’s trauma zit diep.

Je snapt het, er waren dagen dat Jeremy in kasten werd opgesloten, in de hoop dat hij die dag misschien een snack of een slok water zou krijgen. Er waren dagen dat hij niet zeker wisten of hij het zou overleven na zo wreed te zijn mishandeld.
Ik wist niet wat ik moest aan met al zijn trauma. Het enige dat ik wist om te doen, was van hem houden. Beschikbaar zijn. Luisteren. Hem vasthouden. Een moeder zijn.
De dagen waren lang en zwaar, en soms ronduit wreed. Er werd zoveel vrije tijd van werk besteed aan zijn school om zijn leraren te smeken geduld met hem te hebben. Ik huilde mezelf vaak in slaap met het gevoel dat ik niet was wat hij nodig had.
Het was ook nooit ver weg dat goedbedoelende mensen, vaak mensen die van mij hielden, me talloze keren vertelden: ‘Misschien zou hij het gewoon beter doen in een gezin met een vader.’
Zijn broertjes opvangen
Na ongeveer zes maanden waarin Jeremy thuis was en de boel een beetje begon te kalmeren, begonnen we bezoeken af te leggen aan zijn andere broertjes. Op een zaterdagochtend gingen we op pad om ons broertjesbezoek bij te wonen zoals we dat elke andere keer hadden gedaan, behalve dat dit bezoek mijn leven opnieuw voorgoed veranderde.
De kinderen renden als een wervelwind door het park, sprongen van de glijbaan en hingen aan de rekstokken terwijl ik daar met een andere pleegmoeder stond te praten. Toen voelde ik een zacht rukje aan mijn shirt. Ik draaide me om en daar stond Jeremy’s broertje Kendrick. Ik draaide me om en vroeg of het wel goed ging of dat hij iets nodig had.
Hij zei: ‘Ben jij Jeremy’s moeder?’ Ik zei: ‘Ja schat, dat ben ik.’ Toen kwam zijn hartverscheurende antwoord: ‘Wil jij ook mijn moeder zijn?’ Ik huilde. Ik omhelsde hem. Ik was sprakeloos.
Ik kon deze lieve jongen niet beloven dat ik zijn moeder zou zijn, want ik zou never nooit dat jochie meenemen en zijn broertje achterlaten, en GEEN ENKELE KANS dat ik nog twee kinderen zou nemen. Nee. Dat ging ik niet doen. ECHT NIET jouw meisje, God. Dat is heel, heel schattig.
Weet je nog toen ik je vertelde over dat hele ‘nee’ zeggen tegen God? Ja, dat is ook schattig, maar het werkt nog steeds niet. Mijn andere twee zoons waren binnen een week thuis en ik was officieel een alleenstaande moeder van drie jongens.

Met dank aan Amy Pollard
Goedbedoelde dierbaren herinnerden me er opnieuw aan hoe krankzinnig ik wel niet was en dat ik een fout maakte. Sommigen liepen zelfs weg. En dat is oké. Ik weet dat het gek is. Geloof me. Ik leef midden in al die gekte, maar ik zou het voor geen goud willen ruilen.
Ook nu liepen de zaken niet van een leien dakje. Kendrick en Jayonne zaten eveneens vol trauma. Maandenlang lag ik bij Jayonne in bed en hield ik hem vast terwijl hij me vragen stelde; vragen waar ik simpelweg geen antwoord op had terwijl hij in slaap huilde.
Kendrick verzette zich op een manier die ik nog nooit had gezien. Hij vertrouwde me niet omdat hij daar geen reden toe had. Door de barrières heen breken die hij om zijn hart had opgebouwd leek bijna onmogelijk om af te breken. Maar stukje bij beetje verwijderden we kleine steentjes tegelijk.
Uiteindelijk begon ik glimpjes hoop te zien dat ze zich veilig begonnen te voelen en mij vertrouwden. Mijn eerste Moederdagkaart van mijn oudste lieve jongen, Jeremy, luidde: ‘van ziek en arm tot niemand geeft om je, jij koos mij uit alles.’ Geloof je het?! Volgens mij heb ik drie dagen gehuild.
Met dank aan Amy Pollard
Mijn jongste zoon, mijn clown, het zonnetje in huis, mijn goedaardige jongen, begon zich dagen te herinneren waarop hij in zijn gezicht werd geslagen omdat hij een stukje kaas uit de koelkast had gepakt. Hun verhalen landen nooit op een voorbereid hart. Ze verpletteren me elke keer alsof het de eerste keer is dat ik het hoor. Deze keer was dat niet anders.
Dus toen hij naar binnen stormde na het buiten spelen met zijn vriendjes, was ik wederom niet klaar voor zijn woorden. ‘MAMMA! MAMMA! Mijn vriendjes hebben honger! Denk je dat je wat eten voor ze kunt maken?! Ik zal ze binnennodigen. We kunnen aan onze tafel zitten en met ze eten.’
Wacht, mijn jongen die vroeger in angst leefde om een stukje kaas te pakken, die jongen… Voelt hij zich veilig om vol vertrouwen aan zijn mamma te vragen of ze zijn hongerige vriendjes te eten wil geven? Ik ben het niet waard. Maar je kunt erop betwijfelen dat nadat ik mezelf had herprezen, ik kipschnitzels serveerde aan zo’n 10 kinderen alsof het mijn enige baan was.
Adoptiedag
Naarmate de adoptie naderde, namen mijn angsten toe. Zal ik wel genoeg zijn? Weet ik zeker dat ik het juiste doe? Ben ik echt wat ze nodig hebben? Kan ik dit echt wel doen? Al die vragen vulden mijn gedachten en al die onzekerheden sloegen toe.
Maar zoals te verwachten was, toont God zich altijd. We waren op een ochtend onderweg naar school, iedereen was stil en at de snoepjes op die hun Lulu (mijn nichtje) de avond ervoor voor hen had meegebracht.
(Nee, ik laat mijn kinderen niet altijd snoep eten als ontbijt, maar ach joh. Ze waren enthousiast en op sommige dagen telt dat zwaarder.)
Spontaan doorbrak mijn middelste zoon, Kendrick, de stilte met: ‘Mamma, kun je alsjeblieft de rechter bellen? Hij werkt gewoon te langzaam. Weet hij het wel? Weet hij wel dat ik je nodig heb als mijn mamma? Weet hij het wel? Ik zal het hem vertellen. Ik moet geadopteerd worden. Ik kan niet langer wachten.’
Mijn jongens hebben drie lange jaren gewacht. Drie jaren van vasthouden aan elk beetje hoop dat hun een permanent gezin beloofde.
En op 1 april 2019 had ik het grootste voorrecht om mijn dierbare jongens te adopteren, waarmee voor altijd in hun hart werd bezegeld dat ze thuis zijn. Voor altijd.
Met dank aan Amber Kait Photography
Met dank aan Amber Kait Photography
Met dank aan Amber Kait Photography
Met dank aan Amber Kait Photography
Ik weet niet waar je op wacht of waaraan je de hoop vasthoudt, maar ik weet dat je niet vergeten bent. Je wordt gezien en jouw tijd komt eraan. Dat ding komt eraan. Of misschien ben je vandaag net als ik en had je gewoon even de herinnering nodig dat je genoeg bent, en dat je precies bent waar je moet zijn.
Hoe dan ook, ik beloof je dat er geen betere plek is dan jezelf te storten op datgene wat je het meeste bang maakt.”
Wat denk je hiervan? Laat alsjeblieft je mening achter in de comments en deel dit verhaal! Als je één advies kon geven aan een van de personages uit dit verhaal, wat zou dat advies dan zijn? Laten we het bespreken in de comments op Facebook.
